De beweging in het sociaal domein wordt in 2027 verder geconcretiseerd en financieel vertaald. De koers blijft gericht op het versterken van het samenleven, de sociale en pedagogische basis en ondersteuning dichtbij inwoners, met als doel de groei van specialistische individuele zorg in Jeugd en Wmo af te remmen en ondersteuning beschikbaar te houden voor inwoners die deze het hardst nodig hebben. De beweging vraagt om een verschuiving van individuele gespecialiseerde zorg naar laagdrempelige, collectieve en nabije ondersteuning, onder meer via toekomstige wijkzorgteams, versterking van de ondersteuningsstructuur in en rond het onderwijs, informele steun, collectieve ontmoetings- en steungroepen en een bredere inzet op crisis en onveiligheid dichter bij inwoners. Het financiële risico blijft dat de benodigde investeringen in deze beweging eerder zichtbaar zijn dan de beoogde daling van de kosten voor specialistische individuele zorg. Daarbij is de financiële realisatie onzeker, omdat preventie en collectieve ondersteuning zich moeilijk vooraf laten doorrekenen naar concrete besparingen. Ook kunnen de baten van de beweging op termijn deels neerslaan bij andere partijen, zoals zorgpartners, verzekeraars en onderwijs, terwijl de gemeente wel investeert in de opbouw van de sociale en pedagogische basis en de voorbereiding van nieuwe wijkzorgteams. Tegelijkertijd is sprake van een aanhoudende groei van de jeugdhulp, schaarste aan personeel, middelen en woonplekken en een onzeker landelijk financieel perspectief richting gemeenten. Hierdoor bestaat het risico dat de geraamde ombuiging op Jeugd en Wmo niet, later of slechts gedeeltelijk wordt gerealiseerd. Ten opzichte van de eerdere risicobeschrijving is de beweging in 2027 inhoudelijk aangescherpt. De nadruk ligt op het voortzetten en uitbreiden van de sociale basis, de pedagogische basis en informele steun, het voorbereiden van een nieuw stadsbreed contract voor wijkzorgteams per 2028, het versterken van strategisch partnerschap met maatschappelijke partners, onderwijs en huisartsen, en een koerswijziging binnen de jeugdhulp met meer gemeentelijke sturing. Voor de wijkzorgteams wordt in 2027 niet gekozen voor pilots binnen de huidige constructie, maar voor voorbereiding van de toekomstige opdracht en het bijbehorende verwervingsproces. Dit betekent dat de financiële effecten van de wijkzorgteams naar verwachting pas geleidelijk en vooral vanaf 2028 zichtbaar worden. Om het risico te beperken wordt de transformatiebeweging per begrotingsjaar verder gespecificeerd en financieel verwerkt op basis van concrete inzichten, aannames en uitvoeringskeuzes. De ontwikkeling wordt gevolgd via de P&C-cyclus, waarbij inhoudelijke voortgang, investeringen, verschuiving van middelen en gerealiseerde ombuigingen in samenhang worden gemonitord. Waar nodig wordt bijgestuurd op tempo, fasering, prioritering en financiële dekking. Daarmee blijft het uitgangspunt dat investeringen in preventie, collectieve ondersteuning en nabij georganiseerde zorg zorgvuldig worden afgewogen tegen de haalbaarheid van de beoogde besparingen in de gespecialiseerde individuele zorg. | |