Risico's | Kans van optreden | Incidenteel | Bedrag | Status | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Gemeentelijk minimabeleid | Midden | S | Onbekend | Ongewijzigd | |||
Belangrijk uitgangspunt van het beleid Bestaanszekerheid is het streven om het bereik én gebruik van de regelingen die hier onder vallen te optimaliseren. Wanneer we hierin slagen, of wanneer het aantal huishoudens met een minimum inkomen in de gemeente stijgt, dan bestaat het risico van toenemende kosten omdat meer huishoudens gebruik maken van de inkomensondersteunende maatregelen. | |||||||
Landelijk budget en verdeelmodel inkomens-voorzieningen (BUIG), Participatiebudget | Ongewijzigd | ||||||
Tilburg ontvangt minder BUIG-middelen dan nodig is om de feitelijke uitkeringslasten te dekken. Het Rijk verdeelt het landelijke BUIG-macrobudget via een objectief verdeelmodel, dat op rijksniveau wordt vastgesteld en lokaal niet kan worden beïnvloed. We ramen het BUIG-budget neutraal: de baten worden gelijkgesteld aan de geschatte lasten (aantal uitkeringen × gemiddelde uitkeringsprijs). Toch blijft er onzekerheid over het uiteindelijke saldo. Aan de batenkant kan de rijksbijdrage afwijken van de raming door de werking van het verdeelmodel. Aan de lastenkant kunnen de kosten hoger uitvallen als bijvoorbeeld de instroom groter is dan verwacht of de gemiddelde uitkeringsduur toeneemt. Hoewel we geen invloed hebben op het verdeelmodel, kunnen we wel sturen op de kostenkant van de uitkeringslasten en daarmee op het BUIG-saldo. Door gericht in te blijven zetten op instroombeperking, handhaving en plaatsing op werk, waaronder het gebruik van loonkostensubsidies (LKS), kunnen de uitgaven worden verlaagd en kan het totaalresultaat verbeteren. Het realiseren van structurele effecten is echter complex en afhankelijk van meerdere factoren, zoals landelijke regelgeving en de samenstelling van de doelgroep. | |||||||
Hoger bijstandsvolume door instroom en beperkte uitstroommogelijkheden | Gewijzigd | ||||||
Voor 2027 wordt, op basis van landelijke ramingen en lokale signalen, een stijging van het bijstandsvolume verwacht. Deze ontwikkeling kent meerdere oorzaken:
| |||||||
Doelgroep Wet sociale werkvoorziening (WSW) en Diamant-groep | Ongewijzigd | ||||||
Het aantal mensen met een WSW-dienstverband daalt jaarlijks als gevolg van natuurlijk verloop. Deze groep valt onder een oude regeling met relatief gunstige bekostiging. Door het ontbreken van nieuwe instroom en de structurele afbouw van deze doelgroep, nemen de schaalvoordelen voor sociaal ontwikkelbedrijven zoals de Diamant-groep af, terwijl vaste lasten blijven bestaan. De Diamant-groep anticipeert hierop door te transformeren naar een sociaal ontwikkelbedrijf dat zich richt op bredere doelgroepen, met onder meer ontwikkel- en basisbanen en ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding (OAD). De koers is vastgelegd in het strategie- en uitvoeringsplan 2025-2030. Daarmee verbreden we de maatschappelijke functie van het werkbedrijf én verbeteren we de financiële houdbaarheid van de infrastructuur. Als die transformatie onvoldoende slaagt dan is een gemeentelijke bijdrage op termijn niet uit te sluiten. Op dit moment is dat niet aan de orde. | |||||||
Risico's | Kans van optreden | Incidenteel | Bedrag | Status | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Gemeentelijk minimabeleid | Midden | S | Onbekend | Ongewijzigd | |||
Landelijk budget en verdeelmodel inkomens-voorzieningen (BUIG), Participatiebudget | Ongewijzigd | ||||||
Hoger bijstandsvolume door instroom en beperkte uitstroommogelijkheden | Gewijzigd | ||||||
Doelgroep Wet sociale werkvoorziening (WSW) en Diamant-groep | Ongewijzigd | ||||||
